nl - en
Lithomania

Lithomania. De artistieke bandbreedte van een jongensdroom

 

Er is kunst die zich uitslooft om hedendaags te zijn, dat wil zeggen kunst die zich spiegelt aan de populaire visuele cultuur van onze tijd en zich bij voorkeur manifesteert in de beeldtaal en de media van diezelfde visuele cultuur. Het voortdurende geflirt met het modieuze en het nieuwe is dan ook een van de belangrijkste pijlers van onze contemporaine kunstwereld. En of het nu gaat om kunst die zich thuis voelt bij de ideologie van de populaire beeldcultuur, dan wel om kunst die zich juist kritisch opstelt ten opzichte daarvan, het uiteindelijke effect is vaak dat zij even vluchtig, schreeuwerig en dweepziek is als die beeldcultuur waaraan zij zich spiegelt en de kunstwereld waarbinnen zij gedoemd is te functioneren. Kunst die zo nadrukkelijk hedendaags wil zijn gaat dan ook vaak gebukt onder oppervlakkigheid  en dreigt op die manier zichzelf en haar oorsprong ontrouw te worden.

 

Er zijn echter ook kunstenaars van wie weliswaar het werk onmiskenbaar in een dialoog met de maatschappelijk-culturele actualiteit tot stand komt, maar die zich daarbij niet direct laten leiden door de bijbehorende modes en de trends in de beeldtaal. Hans Lemmen is zo’n kunstenaar, die in een continue stroom van vooral tekeningen en sculpturen archetypische beelden de wereld instuurt, beelden die zich misschien wel in het hoofd van ieder mens bevinden en die de factor tijd lijken op te heffen. Het gaat dan ook om een soort kunstenaarschap dat eerder draait om het reiken naar het absolute, het tasten naar de kern van de dingen, zaken die je tegenwoordig bijna niet meer durft uit te spreken, dan om het realiseren van een eigentijdse of modieuze vorm. “Een vorm moet de boodschap bevatten over de weg die afgelegd is om tot de vorm te komen” zegt Gerrit van Bakel in de catalogus Het voorwerpelijk denken (1981), met andere woorden: de zoektocht is minstens zo belangrijk als het uiteindelijke vinden. Voorop staat de innerlijke noodzaak om te creëren, een onweerstaanbare drang om essentiële vraagstukken van de condition humaine als in een alchemistische proefopstelling te onderwerpen aan een artistiek onderzoek, waarbij de kunstenaar zelf verwonderd is over het feit dat er aan het eind van de  proef nog iets in de reageerbuis achtergebleven is: het kunstwerk.

 

Hans Lemmens kunstenaarschap laat zich onmiskenbaar in verband brengen met zo’n voortdurende zoektocht, een bijna jongensachtige preoccupatie met het avontuur dat de omgang met “bezielde” materie voor hem met zich meebrengt. Die materie kan hedendaags en levend zijn, zoals een boom, maar ook historisch/archeologisch, zoals de vuistbijlen in het project Lithomania. Maar steeds is er de bezieling in de vorm van een universeel en tijdloos menselijke (onder)bewustzijn, dat constant voelbaar is in Lemmens archetypische tekeningen en sculpturen. Als het waar is dat een kunstenaar iemand is die als een antenne in de wereld van vandaag signalen opvangt en die in beelden aan ons doorgeeft, dan is Hans Lemmen speciaal gevoelig voor de golflengte waarop de signalen die ons met het verleden verbinden zich door de ether bewegen. Bomen en vuistbijlen zijn beide zaken die langer stand(ge)houden (hebben) dan de individuele mens, en wie een boom of een vuistbijl aanraakt, raakt daardoor tegelijkertijd zijn voorouders aan. Sterker nog: voor wie vandaag een vuistbijl vastpakt en daarbij zijn verbeelding inschakelt is het alsof men zijn prehistorische voorouder een hand geeft. In deze laatste constatering ligt het moment besloten waarop de vuistbijl van een zielloos historisch artefact verandert in hedendaagse bezielde materie die heel dicht bij de essentie van een kunstwerk komt. Het moet diezelfde constatering geweest zijn die Hans Lemmen ertoe heeft aangezet om een kunstwerk te realiseren in de vorm van een aantal uit kristal gehouwen vuistbijlen, die hij vervolgens onder de titel ‘Lithomania’ in archeologische musea presenteert op fluwelen kussens, samen met een videoregistratie van het feitelijke bewerken van het kristal en een twintigtal tekeningen over het thema.

‘Lithomania’ draait om meer dan alleen het presenteren van archeologisch geïnspireerde kunst in een archeologische omgeving. Het project gaat over de overeenkomsten en verschillen tussen twee werelden, over convergenties in de belangstelling voor de mens en zijn geschiedenis, maar ook over de vraag naar het wezen van de kunst en de positie van de kunstenaar. Hans Lemmens archeologische interesse in oervragen en universele kwesties heeft misschien op het eerste gezicht veel weg van een romantisch verlangen naar vervlogen tijden, van een vlucht uit het hier en nu als gevolg van een ernstig verstoorde relatie met de moderne wereld om hem heen. Maar dat ontslaat hem als kunstenaar geenszins van de verplichting om zich in en met zijn werk te verhouden tot die wereld. Bij Hans Lemmen heeft dat dilemma zich in de afgelopen jaren met name toegespitst op de vraag of er een zinvol kader te vinden is om met zijn werk naar buiten te treden, omdat hij zichzelf in artistiek opzicht nog maar zelden herkent in de overwegend door trends en hypes voortgestuwde hedendaagse kunstwereld. Bij het project Lithomania lijkt hij in ieder geval een zinvol kader voor de presentatie van zijn werk gevonden te hebben. Binnen de setting van het archeologische museum krijgen juist deze kunstwerken de kans om zichzelf te zijn, om zichzelf te hervinden als bezielde voorwerpen in een betekenisvolle context. En daarmee wordt tegelijkertijd duidelijk dat het Lemmen niet begonnen is om gevoed door één of ander reactionair verlangen de moderne wereld de rug toe te keren, maar veeleer om het terugvinden van die wereld, meer in het bijzonder het vinden van andere werelden, parallelle tijd-ruimte sferen die evenzeer een eigen hedendaagse geldigheid bezitten.

 

Stijn Huijts



terug